
Nikita veerde in vijf jaar tijd terug van ‘bijna niets, naar bijna alles’. Niets: haar twee kinderen waren uit huis geplaatst en stonden onder toezicht en zij verloor rechtszaak na rechtszaak. Alles: na een hoger beroep in het voorjaar van 2025 mochten haar kinderen weer bij haar wonen en ging ook de ondertoezichtstelling (OTS) eraf.
Thuis hoort ze nu haar kinderen rommelen, vindt ze vieze sokken bij de was en staat ze weer op het schoolplein om haar dochter op te halen. “Het is heerlijk. Moeder zijn, is het geweldigste wat er is.”
Op het moment dat we Nikita spreken, is het een snikhete dag in augustus. “Ik ben strandspullen aan het inpakken, morgen ga ik samen met mijn zoon en een vriendje zwemmen.” Het is dezelfde Nikita die we een half jaar geleden spraken. Toen: bijna wanhopig. ‘Je kinderen afpakken, is ondraaglijk. Ik doe alles om te bewijzen dat mijn leven deugt en dat ik als moeder deug. Maar ik krijg het niet voor elkaar. Alles wat ik doe is niet genoeg. Als ik huil, ben ik labiel. Als ik boos ben, ben ik agressief. Als ik niets zeg, ben ik afgestompt. Het is te weinig, te veel of verkeerd.’
De Nikita nu? “Als je dochter ‘s ochtends vroeg lekker bij je in bed kruipt om je te knuffelen, is dat ontzettend genieten. Die vijf jaar dat we elkaar gemist hebben, zijn we echt aan het inhalen. Weet je wat zo gek is? Ook al hebben de kinderen jaren niet thuis gewoond, zodra ze er weer waren, was ik weer honderd procent moeder.”
‘En dan sta je sprakeloos buiten. Al die jaren vechten, zijn ineens voorbij’
Uithuisplaatsing
Toen Nikita’s zoon en dochter negen en vijf jaar waren, werden ze uithuisgeplaatst. In de jaren ervoor was zij als gedupeerde van de toeslagenaffaire in een armoedeval terechtgekomen. Daar kwam een paar jaar later een conflict over de omgangsregeling bij. Om die reden kwam de Raad voor de Kinderbescherming en jeugdbescherming in beeld en werd een ondertoezichtstelling (OTS) uitgesproken en werden de kinderen uithuisgeplaatst. “In al die jaren dat ik hen probeerde terug te krijgen, is mij ingepeperd wat ik niet goed deed, wat ik moest verbeteren en waar het mij aan ontbrak.”
De afgelopen jaren beet ze zich vast in haar strijd de kinderen weer thuis te krijgen. Ze zocht ook ondersteuning van het Ondersteuningsteam. Procesbegeleider Yvo ondersteunde haar in het proces waarin jeugdbescherming haar jaar na jaar classificeerde als ‘niet goed genoeg als moeder’. Tot een paar maanden geleden. “Opnieuw een rechtszitting. Maar nu een zitting waar de rechter mijn dossier wel had gelezen en oprecht luisterde. Een zitting waarin de rechter op het eind één simpele vraag stelde aan de jeugdbeschermer: ‘Noem me een reden dat deze moeder een gevaar is voor haar kinderen?’”
Toen het stil bleef, was het ‘case closed’: de kinderen mochten weer bij Nikita wonen. “‘Gelukgewenst met uw kinderen thuis’, zei de rechter. En dan sta je buiten. Sprakeloos. Al die jaren vechten, zijn ineens voorbij.”
‘Ik wil alleen maar denken: ‘Ik ben overal van af, mijn kinderen wonen weer thuis, ik kan weer de moeder worden die ik was’
Wel goed genoeg
Er viel een enorme, enorme last van haar schouders. “Maar het was ook gek. Ik ging van het ene uiterste naar het andere, want nog geen jaar eerder werd de OTS juist voor twaalf maanden verlengd. Mijn huis zou verwaarloosd zijn, ik was agressief en luisterde niet. Ik was een ‘monster’ die haar kinderen alleen onder toezicht mocht zien. En ineens was ik wel goed genoeg. Dat ik nu wel oké was, kon ik amper geloven. Ik probeer er niet aan te denken hoe inconsequent alles is. Ik wil alleen maar denken: ‘Ik ben overal van af, mijn kinderen wonen weer thuis, ik kan weer de moeder worden die ik was.”
Eind goed, al goed?
De meeste lezers zullen nu denken: eind goed, al goed. Toch is dat niet zo, want hoe blij Nikita is dat ze thuis haar kinderen hoort rommelen (“Ik ben zelfs blij als ik ze hoor ruziemaken!”), is het ook wennen. “Mijn zoon was een kind van negen toen hij uit huis ging en kwam als puber van veertien jaar terug. Ik ben dus dolblij, zij zijn blij. Maar toch … Niemand maakte iets vies en doordat ik een sociaal isolement raakte door alle ellende was het jarenlang stil hier. En nu: twee kinderen die hier leven, spelen, troep maken en elke dag vieze was. Het normale leven is soms best overweldigend.”
Dat ze al die tijd afhankelijk was van het juridisch oordeel van anderen, is onder haar huid gaan zitten. “Ik denk bij alles: hoe zou een rechter dit beoordelen? Alsof anderen over mij kunnen beslissen. Want ik weet dat als een zorgprofessional een positief verhaal afsluit met de zin: ‘Hier moet moeder nog aan werken’, het díé woorden zijn die in jouw nadeel uitvallen en zorgen dat je kinderen in het systeem van jeugdbescherming blijven. Ik ben dus nog steeds ontzettend op mijn hoede.”
‘Door alles wat ik heb meegemaakt, ben ik niet meer de vrouw die ik was’
Overleven
Wie jarenlang in de stand ‘overleven’ staat, zet bovendien niet eenvoudig de schakel om naar ‘normaal’. Nikita: “Door alles wat ik heb meegemaakt, ben ik niet meer de vrouw die ik was. Ik moet weer leren om moeder te zijn. En anderen ook, want in hun ogen was ik die vrouw van wie de kinderen uit huis waren geplaatst. Mensen keken met wantrouwen naar me. Gelukkig komen hier nu af en toe weer kinderen spelen. Het zijn allemaal kleine stukjes ‘normaal’ die terugkomen.”
Afsluiten
Deze verdrietige, eenzame tijd afsluiten, kost dus tijd. “In het begin wilde ik dat alles direct goed zou zijn. Maar om te helen hebben we tijd nodig. Het zal even duren voordat ik de angst kan loslaten dat mijn kinderen van me kunnen worden afgepakt.”
Als het goed is, krijgt Nikita binnenkort ook de financiële vergoeding waarop zij als gedupeerde recht heeft. “Het is dan tien jaar geleden dat die eerste blauwe envelop mijn huis binnenviel. Tien jaar waarin ik ontzettend diep ben gegaan. Maar ook een periode die ik dan kan afsluiten. Ik moet nu dus nog schakelen, maar volgend jaar wordt mijn jaar! Een jaar met nieuwe kansen en nieuwe mensen die bij mijn nieuwe leven passen.”
Het Ondersteuningsteam publiceerde eerder een interview met Nikita
