Traumasensitief werken ondersteunt getraumatiseerde ouders en kinderen

Jarenlang werkte Linda Gerits als klinisch psycholoog bij het Top Referent Traumacentrum. Hier scherpte ze haar kennis over toxische stress en het behandelen van trauma. Ze zag ook dat de bejegening van een professional naar iemand die getraumatiseerd is, een groot verschil kan maken in herstel en heling. Toen Linda startte bij OZJ, het Landelijke Deltaplan Jeugdtrauma en later bij het Ondersteuningsteam betrokken raakte, was ze erop gebrand deze kennis over traumasensitief werken te introduceren.

“Goede bedoelingen worden lang niet altijd als goed ervaren. Als je niet traumasensitief werkt, vergroot je de kans op hertraumatisering bij gedupeerde ouders en loop je het risico dat zorgprofessionals opbranden”, stelt Linda. Wat houdt deze  manier van werken in? En legt waarom ziet het Ondersteuningsteam traumasensitief werken als een van haar krachtigste middelen bij hulp die helpt?

Een paar jaar geleden had niemand in de jeugdhulp het over traumasensitief werken. Nu lees je die term overal. Is het een buzz-term; over een paar jaar weer weg? Of is deze manier van werken blijvend?

“Blijvend… en nodig! We zien dat het een fundamentele verandering is om getraumatiseerde ouders te helpen met hulp die helpt. Toch is het nog een relatief nieuw inzicht. Lang voelde ik me echt een roepende in de woestijn als het ging over het effect van toxische stress of het belang van traumasensitief werken. Ook de procesbegeleiders van het Ondersteuningsteam, professionals uit alle takken van de jeugdhulp en sociaal domein, herkenden heus het effect van giftige stress en ook de spanning en weerstand in de samenwerking met ouders. Maar ze zagen toch niet altijd wat precies het effect was van hun handelen bij mensen met trauma. Vanaf de start hebben we ze daarin getraind.”

‘Bij traumasensitief werken gaat het erom dat je weet dat jij als professional onbedoeld opnieuw schade kunt aanrichten door jouw handelen, maar ook dat je zorgzaam bent naar jezelf’

Om te beginnen bij het begin: jij stelt dat alledaagse handelingen, zoals het maken van een afspraak met een cliënt, al een moment kunnen zijn dat trauma triggert. Hoe zit dat?

“Een afspraak plannen, een verslag mailen of een eerste kennismaking; het is voor zorgprofessionals ‘business as usual’. Toch kunnen die momenten bij mensen met trauma, zoals gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire, pijnlijke ervaringen triggeren of extra schade toebrengen. Jouw goede bedoelingen en handelingen worden namelijk helemaal niet altijd als goed ervaren. Als je dat doet zonder rekening te houden met hun achtergrond en ervaringen, zet het ouders of jongeren juist volledig in de weerstand en onder spanning. Ze worden erg kwaad of gaan uit contact. Vaak letterlijk en dan hoor of zie je ze niet meer. Razendsnel sta jij als zorgprofessional in het defensief en heb je te maken met mensen die niet met jou meebewegen. ‘Ze wilden toch hulp, waarom weigeren ze dan nu alles?’, denk je dan. Want je bedoelde het goed met jouw regels, protocollen, manier van praten of bejegening. Het klopte op papier, maar je bereikte het tegenovergestelde. Om dat te zien, te snappen en te voorkomen, maar ook om te voorkomen dat mensen emotioneel overbelast raken door alle narigheid die ze horen of vanuit machteloosheid de verkeerde dingen gaan doen, hebben we vanaf de start van het Ondersteuningsteam alle procesbegeleiders getraind op traumasensitief werken.”

Hoe kan het dat je als professional trauma triggert door ogenschijnlijke simpele dingen als niet goed luisteren of bij het maken van afspraak?

“Omdat een trauma bestaat uit hele nare gebeurtenissen, zoals de ouders die hoge boetes kregen van de Belastingdienst in de toeslagenaffaire. Maar het echte trauma ontstond door de ervaringen die volgden op die gebeurtenis. Het verlies van je huis en je baan, dat je jarenlang in de armoede leefde, dat je in onveilige situaties terechtkwam of dat je kind uit huis werd geplaatst. Bij trauma zie je dat mensen onmacht en een gebrek aan autonomie ervaren. Ouders werden niet geloofd en moesten zelf hun onschuld bewijzen. Als dan jaren later je hulpverlener opnieuw jouw intenties in twijfel trekt, is dat een situatie die dat trauma triggert. Je wordt wéér niet geloofd. Wéér overruled. De jeugdzorgprofessional zal het heus niet kwaad bedoelen als hij een rapport met een beslissing op vrijdagmiddag opstuurt, maar als ouder ervaar je onmiddellijk de onmacht van toen. Je wordt weer overvallen en kunt weer nergens terecht voor hulp.”

‘Ben je oprecht open, zuiver en nieuwsgierig naar het verhaal van de ander? Of luister je vooral naar jezelf of volg je de protocollen?’

Betekent traumasensitief werken dat je rekening houdt met het feit dat het trauma van mensen van grote invloed is op hun gedrag?

“Nee, dat is te plat. Bij traumasensitief werken gaat het erom dat je weet dat jij als professional onbedoeld opnieuw schade kunt aanrichten door jouw handelen, maar ook dat je zorgzaam bent naar jezelf. De finesse van traumasensitief werken zit in een kanteling van je houding als professional. Je kunt een ander pas goed ondersteunen als je voldoende ruimte hebt en ontspannen genoeg bent. Een simpel voorbeeld: hoe plan je afspraken? Staat jouw agenda centraal of vraag je ook wanneer het de ander uitkomt? Of pas je je juist veel te veel aan en vergeet je je eigen grenzen? Ben je oprecht open, zuiver en nieuwsgierig naar het verhaal van de ander? Of luister je vooral naar jezelf of volg je de protocollen?”

Wat leverde traumasensitief werken op voor het Ondersteuningsteam?

“Omdat traumasensitief werken vereist dat je naast mensen gaat staan en luistert, hoorde het Ondersteuningsteam van ouders dat de roep om erkenning en contactherstel soms groter was dan het feit dat zij hun kind zo snel mogelijk terug wilden. Terwijl, bij de start van het Ondersteuningsteam, de maatschappelijke aanname was dat iedere ouder zo snel mogelijk hun kinderen weer terug naar huis wilden. Die ‘andere’ wens, hún wens, konden we alleen horen doordat we echt in gesprek gingen en we ons niet lieten leiden door vooraf te denken dat we het wel wisten.”

Samengevat: Als je niet traumasensitief werkt doe je niet bewust iets fout, maar kun je wel onbewust schade toebrengen aan mensen met trauma.

“Ja. Je dropt een bom, zonder dat je beseft dat je een bom hebt gedropt. Je ondermijnt en frustreert daarmee iemands heling en herstel. Om dat te zien bij jezelf en te voorkomen bij ouders, heb je als zorgprofessional ruimte nodig om keer op keer te reflecteren op je eigen gedrag. Daarom is intervisie bij het Ondersteuningsteam zo belangrijk. Wat deed jouw houding, handelen of woorden met die ouder of die jongere? Stond je naast hem of haar, stond je erboven of liet je over je heen lopen?”

‘Traumasensitief werken vraagt dus ook iets van ons als keten’

Het afgelopen jaar heb je deze kennis namens het Ondersteuningsteam ook aangeboden bij ketenpartners, zoals gemeenten en gecertificeerde instellingen.

“Van de gedupeerde ouders en ketenpartners hoorden we terug dat onze werkwijze helpend was. Ook GI’s en gemeentelijke loketten wilden er daarom meer over weten. Daarom boden we deze kennis aan in trainingen. Dagen waarop we elke keer weer zien dat goede bedoelingen hebben, iets anders is dan het goed doen. En dat traumasensitief werken een functie heeft naar cliënten, maar ook effect heeft op je collega’s in de keten. Want ook in de samenwerking met ketenpartners kun je elkaar schade toebrengen. Als je ook dan niet naast elkaar gaat staan, maar tegenover elkaar, zit je in een parallel proces. En daar hebben we de mensen om wie het gaat, de gedupeerde ouders, helemaal niets aan. Traumasensitief werken vraagt dus ook iets van ons als keten.”

Wat moet je doen om meer traumasensitief te werken in jouw organisatie?

“Het start met kennis en bewustzijn, maar realiseer je dat het geen trucje is. Als je wilt dat medewerkers open en nieuwsgierig zijn, moeten ze die ruimte ook zelf ervaren. Als binnen jouw organisatie protocollen leidend zijn, of als je bang bent voor een slechte naam of negatieve verhalen in de pers, kun je nooit van medewerkers vragen dat ze sensitief, open en nieuwsgierig werken met ouders en jongeren. Je kunt als medewerker alleen openheid uitdragen als je ook zelf vrijheid en autonomie ontvangt van jouw leidinggevende of organisatie.”

Jij hebt veel kennis over trauma in het Ondersteuningsteam gebracht. Welke kennis zou jij willen dat jij zelf vijftien jaar geleden al had gehad?

“Ik wist dat trauma heel diep ingrijpt. Maar hoe diep en hoe lang het nawerkt … nee. Dat besef is steeds dieper doorgedrongen. Toxische stress ontwricht je fundamenteel, op elk levensgebied. De meeste mensen die de toeslagenaffaire hebben meegemaakt, hebben er tot op de dag van vandaag stress van. Stress die elk moment kan boven komen drijven, maar die je gelukkig ook deels kunt voorkomen door sensitief te werken.”

  • Linda Gerits is klinisch psycholoog en gespecialiseerd in (jeugd)trauma. Ze was als adviseur betrokken bij het Ondersteuningsteam, is één van de intervisors en geeft de training traumasensitief werken aan startende collega’s binnen het Ondersteuningsteam.
  • Wil je ook meer weten over hoe je traumasenstief werken integreert in jouw organisatie? Je kunt Linda hier altijd vrijblijvend over benaderen via: www.praktijkmik.nl