Intervisie is natuurlijk geen uitvinding van het Ondersteuningsteam Uithuisplaatsingen Toeslagen (OT). In de jeugdzorg en hulpverlening wordt het overal en al decennialang toegepast. En toch, zo ervaren leden van dit OT, was de manier waaróp intervisie in het team werd vormgegeven vernieuwend en medebepalend voor de impact die zij hadden op ouders en kinderen die te maken hadden met trauma.
“Neem zo’n moment waarop een ouder met veel woede of agressie op jou reageert. Het is niet persoonlijk bedoeld, maar die woede kan je flink uit evenwicht brengen. Het kan zo’n moment zijn waarop je als professional de neiging hebt om te denken: wegwezen hier. Of: zoek het dan ook maar zelf uit.”

Aan het woord is Sonja Hopmans. Zij begeleidt als supervisor bij het Ondersteuningsteam de intervisies voor de procesbegeleiders van dit team. “Intervisie bij het Ondersteuningsteam gebruiken we onder andere om zo’n buikpijnmoment als dit te onderzoeken. Met één helder doel: hoe kun je ontspannen in situaties van spanning? Hoe blijf je overeind staan? Hoe bied je betere, duurzame procesondersteuning aan ernstig getraumatiseerde ouders en kinderen, zonder weg te kijken van je eigen blauwe plekken?”
Beladen systeem
Het Ondersteuningsteam Uithuisplaatsingen Toeslagen werd in 2022 opgericht om contactherstel te bevorderen tussen ouders en kinderen die gedupeerd waren door de toeslagenaffaire en te maken hadden, of hebben, met een uithuisplaatsing van hun kind of kinderen. Hopmans: “De procesbegeleiders werken met ouders en kinderen die diepgaand en langdurig beschadigd zijn. Dit vraagt een hoge kwaliteit van traumasensitief aansluiten en ook richting kunnen geven aan vastgelopen processen.”
Door de complexe, intense en morele lading van het werk moest er ook een plek zijn waar de procesbegeleiders konden reflecteren en onderzoeken wat hun werk met hén deed. Intervisie werd die plek. “Een belangrijke vraag in de intervisie was en is ook: handelen we zelf juist? Want ook wij als OT horen bij dat systeem. We zijn voor ouders de zoveelste partij die iets van hen wil. Het is dus je plicht en basis van je vakkundigheid om jouw eigen menselijkheid, rol en functioneren te onderzoeken.”
“We zijn voor ouders de zoveelste partij die iets van hen wil. Het is dus je plicht en basis van je vakkundigheid om jouw eigen menselijkheid, rol en functioneren te onderzoeken.”
Ontwikkeling
Samen met Linda Gerits stond Hopmans binnen het Ondersteuningsteam aan de basis van de intervisie die in de loop der jaren een van de fundamenten werd van het OT. “Het is, volgens de procesbegeleiders die bij het team werken, essentieel geworden voor onze professionele én persoonlijke ontwikkeling.
Een werkwijze die werkt, zo laten de evaluaties met procesbegeleiders zien. “Bij intervisie dacht ik aan een stoffige begeleider met stoffige vragen, geklaag over de organisatie en een methode als wurgstructuur”, zegt een procesbegeleider. “Bij Het OT ervaar ik een ‘I got your back’ gevoel. We benoemen wat er echt speelt; bij mij zelf, bij andere collega’s of in mijn werk.”
Uit de evaluatie blijkt ook dat het team de intervisie niet ervaart als een instrument of als ‘moetje’. “Het gaat erom dat wij als professionals een proces van heling aangaan in onszelf. Want je kunt alleen een ander verder helpen als je jezelf kent en jezelf bent. De intervisie vanuit die overtuiging werd onderdeel van onze cultuur. Procesbegeleiders zeggen dat zij daardoor bewuster en professioneler werken en, bijvoorbeeld, minder handelen vanuit impuls en meer vanuit bewustzijn.”
“Verschuilen achter protocollen, vaste werkwijzen of bedachte verklaringen werkt niet, omdat het gaat over wie jij bent en wat jij ervaart”
Niet de casus centraal, maar de mens
Wat maakt de OT-intervisie anders dan in andere organisaties? Hopmans: “Vaak staat in de intervisie de casus en het denken centraal. Wat wij in dit team veranderden, was dat niet de casus centraal stond, maar de voelende mens achter de professional.”
Dat maakt de sessies confronterend. “Verschuilen achter protocollen, vaste werkwijzen of bedachte verklaringen werkt niet, omdat het gaat over wie jij bent en wat jij ervaart. Het gaat over jouw patronen en jouw handelen. In deze manier van intervisie ligt dus al snel de vraag op tafel: wat deed je in het contact met een ouder of samenwerkingspartner waar je niet tevreden over bent? Wat maakte dat je dichtklapte, wegkeek of opgaf? Welke schaduwkant van jezelf kijk je niet aan?”
De vraag die dus op tafel ligt in de intervisie, is wat je belemmert als professional waardoor je wil duiken of vluchten. “Je stuit in je werk op schaduwkanten en dat voelt als falen. En niemand wil falen. Zeker niet als je het goede wilt doen en weet dat de persoon tegenover je jou nodig heeft. Als je dat dan toch voelt en uit evenwicht raakt, iets wat vaak in a split second gebeurt, is de neiging logischerwijs dat gevoel te negeren. Je zult dan reactief denken en handelen in plaats van bewuste keuzes maken voor gedrag dat wel bijdraagt aan een goede situatie voor ouders en kinderen.”
Inzoomen op die momenten dat je als professional vernauwing voelt, is zeker niet altijd gezellig of aangenaam, stelt Hopmans. Lachend: “Als intervisor ben je dus niet per se de meest geliefde persoon in de kamer …”
Toch is het beetpakken en uitpluizen van die momenten belangrijk, stelt ze. “Als je samen dit soort situaties doorvoelt en onderzoekt, ontdek je veel over jezelf. Dit geeft duurzame inzichten waardoor je een volgende keer in zo’n situatie beter kunt ontspannen, wél kunt blijven staan en bewust kunt kiezen voor gedrag dat wel bijdraagt. Door intervisie leer je dus om in verbinding te blijven met jezelf en de ander, ook als het spannend is.”
“Je werkt aan patroondoorbreking bij ouders, kinderen en samenwerkingsorganisaties. En verandering van gedrag bereik je niet met professionele trucs”
Leeromgeving
De intervisies met de procesbegeleiders werden bij het OT structureel ingepland en opgezet als een op maat gemaakte leeromgeving. “We werken eclectisch,” zegt Hopmans. “Dat betekent dat we theorieën, inzichten en ervaringsgerichte interventies uit verschillende psychologische en begeleidingsstromingen combineren.”
Dat ook hooggekwalificeerde professionals altijd hun eigen handelen moeten onderzoeken, is volgens haar logisch. Hopmans: “Je werkt aan patroondoorbreking bij ouders, kinderen en samenwerkingsorganisaties. En verandering van gedrag bereik je niet met professionele trucs. Zelfs niet met hele ervaren handigheidjes. In elke situatie in een contact dat intens wordt, word je overgeleverd aan jezelf als mens. Het is geen kwestie óf dat gebeurt, maar wanneer. Hoe zuiverder je daar dan staat, hoe meer kwaliteit van aanwezigheid en hoe beter je handelt. Intervisie noem ik om die reden ook ‘uitzuiveren’. Je onderzoekt elke keer opnieuw hoe waarachtig je handelt en dat onderzoek houdt nooit op. Dat is je vak. Die echtheid zal de ander voelen. En juist die echtheid zorgt voor impact, want je kunt zowel empathisch zijn, als ook zakelijk en betrouwbaar.”
“De vraag is dus nooit: wat deed de ander? Maar: wat gebeurde er in jou toen het ingewikkeld werd en je wilde gaan strijden, gaan redden of juist opgeven?”
De kracht van nabijheid
De procesbegeleiders van het OT geven in evaluaties aan dat deze manier van intervisie essentieel bleek voor meer vakmanschap. “Ze leren beter hoe hun eigen waarden, geschiedenis en copingstrategieën hun werk beïnvloeden. Ze leren daardoor om meer te koersen op hun innerlijke kompas. Dat maakt hen steviger en reflectiever.”
Zo zegt een procesbegeleider: “Je persoonlijke verhaal heeft als doel om samen te leren, te verdiepen en verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen rol. Het is dus niet vrijblijvend, maar wel zacht in toon en scherp in waarneming.”
In de intervisiegroepen wordt daardoor geen analyse verwacht, maar aanwezigheid en een onderzoekende houding. Hopmans: “De vraag is dus nooit: wat deed de ander? Maar: wat gebeurde er in jou toen het ingewikkeld werd en je wilde gaan strijden, gaan redden of juist opgeven? Juist in die split seconds zitten onze leerpunten,” zegt Hopmans. “En daar komen veel intervisievormen niet.”
“Ouders kregen daardoor na jaren weer vaste grond onder hun voeten, omdat iemand naast ze bleef staan”
Meetbare impact
Die combinatie van zelfkennis, zuiverder handelen en meer innerlijke stevigheid zorgt voor meer kwaliteit van het werk,” zegt Hopmans. “De veerkracht van procesbegeleiders nam toe. Ze raken minder snel uitgeput en kennen beter hun grenzen.”
De kwaliteit wordt ook door ouders, partners en collega’s in de keten gevoeld. “Met ketenpartners waar het eerder escaleerde, blijven procesbegeleiders bijvoorbeeld nu beter in contact. Stressvolle situaties met ouders kunnen zij beter hanteren. Bij ouders die vroeger als ‘te moeilijk’ zouden zijn bestempeld en zouden worden doorgeschoven, kunnen ze nu wel in beeld blijven”, zegt Hopmans. “Ouders kregen daardoor na jaren weer vaste grond onder hun voeten, omdat iemand naast ze bleef staan.”
En misschien was dat wel de belangrijkste les van de intervisie die het Ondersteuningsteam geeft. “Werken met mensen draait uiteindelijk altijd om dezelfde vraag: heb ik impact op het weer op gang brengen van beweging? En die impact ontstaat alleen als de ander voelt dat je echt en mens bent; dat je staat op je eigen plek, mét je krachten en je schaduwkanten.”
Wil je meer weten over intervisie? Mail Sonja Hopmans op Info@sonjahopmans.nl
