‘Als de focus had gelegen op de schuldvraag, was het gesprek verhard’

Met de beste bedoelingen doe je niet per se het juiste. Maar durf je anders te handelen, zelfs als je professioneel gezien het juiste doet? Een openhartig gesprek met Renée Lint, werkzaam in een voogdijteam bij jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond en Carin Reinhardt, procesbegeleider bij het Ondersteuningsteam.

De moeder en dochter om wie deze casus draait, zijn Jasmyn en Summer. Nadat Summer als klein meisje uit huis was geplaatst, groeide ze op in een pleeggezin. Het contact tussen moeder en dochter bekoelde in de loop van de jaren. Op haar dertiende besloot Summer zelf dat ze haar moeder niet meer wilde zien en dat het gezag overgedragen moest worden aan haar pleegouders.

“Het was helder wat Summer wilde”, zegt jeugdbeschermer Renée Lint. “Voor ons stond haar wens centraal. Als GI vinden we het contact tussen ouders en kinderen belangrijk. Maar, hoe pijnlijk ook, dat was bij hen een gepasseerd station.”

‘De pijn van de uithuisplaatsing en de rouw om de dochter die ze niet meer zag, was een diepe, open wond’

Schuldgevoel

Maar dit was ook het moment dat Carin Reinhardt van het Ondersteuningsteam werd benaderd door moeder Jasmyn. Als gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire die te maken gehad met een uithuisplaatsing, zocht ze contact met het team dat gedupeerde ouders ondersteunt die te maken hebben gehad met een uithuisplaatsing van hun kind of kinderen.

“Toen wij in contact kwamen met Jasmyn had ze werk, haar schulden afgelost, woonde ze zelfstandig en zorgde ze voor een dochter die nog thuis woonde. Toch was ze een vrouw die totaal vastzat en gebukt ging onder schuldgevoel. De pijn van de uithuisplaatsing en de rouw om de dochter die ze niet meer zag, was een diepe, open wond. Ze ging elke avond ze vroeg mogelijk naar bed, omdat ze wilde dat de dag zo snel mogelijk voorbij was. Ze wist dat haar dochter haar niet meer wilde zien, maar wist niet hoe ze dat kon keren.”

Qua contactherstel was er formeel niets te ‘halen’ voor Jasmyn: jeugdbescherming hoefde niet te bewegen en Carin als procesbegeleider van het Ondersteuningsteam had niets te eisen. Toch besloten ze alledrie met elkaar in gesprek te gaan. Carin: “Een gesprek zonder verwachtingen, zonder eisen aan de voorkant en zonder schuldvragen die direct op tafel kwamen te liggen.”

‘Het was duidelijk dat de perspectieven van twee gezinsleden heel erg ver uit elkaar kunnen liggen’

Indruk

Het gesprek dat volgde, maakte op hen beiden diepe indruk. “We voelden de onmacht en hoe alleen Jasmyn zich voelde”, zegt Carin. “Hier zat een moeder met ontzettend veel bagage en verdriet”, vult Renée aan. “Het was ook voor ons allemaal duidelijk dat de perspectieven van twee gezinsleden heel erg ver uit elkaar kunnen liggen.”

Gedane zaken nemen geen keer, wist iedereen aan tafel. Maar ondanks dat contactherstel niet de wens was van dochter Summer, voelden ze ook hoe essentieel dat contact zou zijn voor Jasmyn als moeder. Na het gesprek besloot Renée als GI dat het overdragen van de voogdij uitgevoerd moest worden, maar óók dat dit proces niet direct hoefde plaats te vinden en ook niet in een hoog tempo. “We waren eerst verplicht aan Jasmyn om te kijken of er een strohalm te vinden was die zij als moeder kon grijpen om tot herstel te komen. We besloten de overdracht van het gezag in de vrieskast te zetten.”

“Ze besloot dat niet het proces leidend was, maar de mens tegenover haar. Ze stelde als GI voor om een verklarende analyse in te zetten”

Twijfelmoed

Het was een belangrijke beslissing, benadrukt Carin. “We gebruiken bij het Ondersteuningsteam vaak het woord twijfelmoed. En dat was wat er gebeurde aan tafel. Renée hoefde niet op de rem te trappen. Ze had ons netjes ter woord kunnen staan en kunnen zeggen: too little, too late. Dan waren we naar huis gegaan en was er niets veranderd. Maar ze besloot dat niet het proces leidend was, maar de mens tegenover haar. Ze stelde als GI voor om een verklarende analyse in te zetten.”

Carin benadrukt hoe belangrijk dat moment was. “Renée maakte daar als professional en als mens een belangrijke keuze. Deze moeder werd al jaren niet gehoord en gesteund. Mede door die keuze, het openstaan voor de verklarende analyse, kon Jasmyn wel haar verhaal gaan doen en kon haar verhaal ook aan haar dochter worden verteld. Dat Renée wilde vertragen en ruimte wilde bieden aan het verhaal van deze moeder, was enorm helpend.”

‘Besef wel dat zonder dat gesprek bij Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond er geen steentje was geweest en ook geen rimpeling in het water’

Steentje

Jasmyn ging een zwaar traject in waarin via de verklarende analyse alle stappen uit haar verleden op een rij werden gezet; welke gebeurtenissen hadden ervoor gezorgd dat haar leven was gelopen, zoals het was gelopen? “Dat was zwaar voor haar, maar zette ook veel in gang”, zegt Carin. “Er vond een voorzichtige verschuiving plaats. Ze vond het verschrikkelijk dat ze geen contact had met haar dochter, maar dat haar verhaal werd verteld, gehoord en opgeschreven zorgde ook voor erkenning. Het schuldgevoel verdween niet, maar de erkenning van haar verhaal gaf wel ruimte om te bewegen. Ze kon voorzichtig starten met haar rouwproces, wat essentieel voor het opnieuw aangaan van het leven.”

En contactherstel met haar dochter Summer? Heeft ze daarin stappen kunnen zetten? Carin: “Nee, want de wens van haar dochter is nog steeds leidend. Ik zie het gesprek daarom als een steentje in de vijver. De rimpeling in het water zette vooral iets bij haarzelf in gang, En hopelijk ook bij haar dochter Summer als zij ouder is. Wie weet is er dan wel ruimte voor contact. Maar besef wel dat zonder dat gesprek bij Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond er geen steentje was geweest en ook geen rimpeling in het water.”

‘Je kunt het verschil maken door de mens, de ouders en de kinderen, te blijven zien’

Impact

Tijdens het gesprek wilden alle partijen elkaar ‘heel’ laten, iets wat erg belangrijk is benadrukt Renée. “Omdat nergens de woorden fout of schuld zijn gevallen, zagen we heel helder waar het in essentie over ging: de impact van de uithuisplaatsing en de pijn dat haar dochter niet is teruggeplaatst. Doordat we elkaars perspectief respecteerden, zagen we kristalhelder dat we in het hier en nu iets moesten doen voor deze moeder. Als de focus had gelegen op schuldvraag, was het gesprek verhard en hadden we onszelf vastgezet in de verdediging en zouden we niet zijn gaan bewegen. Dat was niet helpend geweest.”

Heeft deze ervaring haar werk als jeugdbeschermer veranderd? Renée: “Natuurlijk, je voelt opnieuw hoe groot de impact van de uithuisplaatsing is. Natuurlijk wéét je dat. Maar doordat het nog beter voelbaar is, zul je toch in het vervolg anders handelen. Je voelt nog meer de verantwoordelijkheid die je hebt in dit werk en ook dat je het verschil kunt maken door de mens, de ouders en de kinderen, te blijven zien.”

 

Lees hier meer interviews met betrokkenen van het Ondersteuningsteam: